AOW, pensioen en belasting in Luxemburg: alles naar het woonland, en je geeft het zelf aan
Het verdrag met Luxemburg uit 1968 legt je bedrijfspensioen exclusief bij Luxemburg, en omdat het geen socialezekerheidsartikel kent, gaan je AOW en je lijfrente via het restartikel dezelfde kant op. Luxemburg belast ze in een progressieve tabel tot 42 procent, per belastingklasse — zonder inhouding, dus met een jaaraangifte en vier voorschotten. Het overheidspensioen blijft Nederlands, ook met een Luxemburgs paspoort.
Vertrek je uit België? Lees de Belgische versie van dit artikel
4 min lezen
Geschreven en nagelopen door Auke, op , aan de hand van de bronnen onderaan. Klopt er iets niet meer? Meld het hieronder, ik pas het aan.
Woon je in Luxemburg, dan worden je bedrijfspensioen, je AOW en je lijfrente alleen in Luxemburg belast. Luxemburg houdt er niets op in, dus je geeft ze daar zelf aan.
Drie dingen om vooraf te weten:
- Het verdrag met Luxemburg is op 8 mei 1968 in Den Haag getekend, en dat merk je. Het volgt het oude model waarin het woonland het pensioen krijgt.
- Wat het verdrag niet regelt, is even belangrijk als wat het wel regelt. Sociale zekerheid noemt het nergens, en juist daardoor gaat ook je AOW naar Luxemburg.
- Een overheidspensioen, zoals ABP, blijft Nederlands.
Het bedrijfspensioen: naar Luxemburg
Artikel 19: pensioenen en andere soortgelijke beloningen betaald aan een inwoner van een van de Staten ter zake van een vroegere dienstbetrekking zijn slechts in die Staat belastbaar. Je bedrijfspensioen gaat exclusief naar Luxemburg, zonder drempel en zonder Nederlandse bronheffing.
Daarvoor vraag je bij de Belastingdienst de vrijstelling loonheffing aan, met een Luxemburgse woonplaatsverklaring. Zonder die aanvraag blijft je fonds inhouden, en haal je het pas na een jaar terug.
De AOW en de lijfrente: via het restartikel, ook naar Luxemburg
Het verdrag noemt sociale zekerheid nergens. Je AOW is geen pensioen uit een vroegere dienstbetrekking en valt daardoor onder artikel 21, het restartikel: andere bestanddelen van het inkomen van een inwoner van een van de Staten zijn slechts in die Staat belastbaar. Dezelfde uitkomst dus: alleen Luxemburg heft, en ook voor de AOW vraag je de vrijstelling loonheffing aan.
Een lijfrente die niet uit een dienstbetrekking komt, volgt dezelfde weg.
De uitzondering: het overheidspensioen
Artikel 20 lid 1: beloningen en pensioenen betaald door de Nederlandse staat of een Nederlands overheidslichaam voor diensten in de uitoefening van overheidsfuncties mogen in die Staat worden belast. ABP blijft dus Nederlands. En anders dan in de meeste verdragen kent dit artikel geen uitzondering voor wie inwoner én onderdaan van de andere staat is: een Luxemburgs paspoort verandert er niets aan.
Luxemburg stelt dat pensioen vrij, maar met progressievoorbehoud. Artikel 23 lid 3 laat Luxemburg het tarief toepassen dat zou gelden als het vrijgestelde inkomen niet was vrijgesteld. In een progressieve tabel duwt je overheidspensioen de rest van je inkomen dus een schijf omhoog. Je geeft het daarom óók aan, in de vakjes voor vrijgestelde inkomsten.
Wat Luxemburg er zelf mee doet: de tabel en de klasse
Luxemburg belast het inkomen van zijn inwoners in schijven. Tot € 13.230 is het tarief 0 procent. Daarna loopt het in stappen op, van 8 procent tot 39 procent boven € 54.090. Het toptarief is 42 procent, boven € 234.870. Dit is het basistarief vanaf belastingjaar 2025. Daarbovenop komt een bijdrage aan het werkgelegenheidsfonds.
| Belastbaar inkomen (basistarief, klasse 1) | Tarief |
|---|---|
| tot € 13.230 | 0% |
| € 13.230 – € 54.090 | oplopend van 8% naar 38%, in stappen van € 2.205 tot € 2.295 |
| € 54.090 – € 117.450 | 39% |
| € 117.450 – € 176.160 | 40% |
| € 176.160 – € 234.870 | 41% |
| boven € 234.870 | 42% |
| voorschotten | 10 maart, 10 juni, 10 september, 10 december |
| te laat betalen | 0,6% rente per maand |
Welke tabel je krijgt, hangt af van je belastingklasse:
- klasse 2 voor een stel dat samen wordt aangeslagen en het inkomen door twee deelt;
- klasse 1a onder meer voor wie alleen is en op 1 januari van het belastingjaar al vierenzestig is;
- klasse 1 voor de rest.
De administratie publiceert de tabellen elk jaar opnieuw en heeft een rekenmiddel.
Reken het uit op je eigen bedragen vóór je vergelijkt met Nederland. De uitkomst hangt af van je klasse, van de hoogte van je pensioen en van het vrijgestelde inkomen dat meetelt voor het tarief, en die drie samen kunnen beide kanten op vallen.
Geen inhouding: aangifte en vier voorschotten
Hier verschilt Luxemburg van Nederland. Op een pensioen uit het buitenland houdt niemand iets in. Luxemburgse fondsen doen dat wel, maar buitenlandse kunnen dat niet.
Je doet daarom elk jaar aangifte bij de Administration des contributions directes, de Luxemburgse belastingdienst. Je voegt het pensioenoverzicht van je fonds en van de SVB erbij; dat is verplicht. Je krijgt een aanslag en een afrekening. Daarna betaal je voorschotten op 10 maart, 10 juni, 10 september en 10 december. De hoogte daarvan wordt vastgesteld op de vorige aanslag. Te laat betalen kost 0,6 procent rente per maand.
Reserveer het eerste jaar zelf. De eerste aanslag komt pas als het jaar voorbij is, en dan komt hij in één keer.
Je opgebouwde AOW gaat volledig mee
Los van de belasting: de SVB betaalt de AOW ook in Luxemburg uit, in euro's. In een SEPA-land gebeurt dat rond de 24e van de maand, met hoogstens € 0,48 bankkosten per betaling. Meld je verhuizing op tijd bij de SVB, met de datum, je Luxemburgse adres en je bankgegevens.
Je verdere opbouw, 2% per verzekerd jaar, stopt op de dag van uitschrijving. Wie vóór de AOW-leeftijd vertrekt, kan zich volgens de SVB soms vrijwillig verzekeren.
In Vertrekklaar is dit fase 1 van 5 van het traject, stap 1.2: dezelfde stappen, maar dan op jullie situatie — in jouw volgorde, afvinkbaar, en met de termijnen bewaakt. Bekijk het hele traject naar Luxemburg of ga meteen naar stap 1.2 in het open stappenplan.
Wat dit voor jouw cijfers betekent →
Waar dit op rust
De feiten in dit artikel komen van deze officiële pagina's. Regels veranderen. Bij twijfel geldt de bron, niet dit artikel.
- Verdrag Nederland-Luxemburg tot het vermijden van dubbele belasting — wetten.overheid.nl
- Guichet.lu — een wettelijk pensioen uit het buitenland herkennen en aangeven — guichet.public.lu
- Guichet.lu — de belasting betalen als gepensioneerde, aanslag en voorschotten — guichet.public.lu
- Administration des contributions directes — de belastingtabellen — impotsdirects.public.lu
- Administration des contributions directes — het basistarief voor natuurlijke personen (0 tot 42%) — impotsdirects.public.lu
- Administration des contributions directes — de belastingklassen van inwoners — impotsdirects.public.lu
- SVB — betaling van de AOW buiten Nederland (SEPA, euro's, kosten) — svb.nl
- SVB — hoe gaat de opbouw van de AOW (2% per jaar, vrijwillige verzekering) — svb.nl
Verder lezen
- LuxemburgOriëntatie4 min
Werken in Luxemburg: vrij als EU-burger, met het hoogste minimumloon en een erkenning die geld kost
Als Nederlander werk je in Luxemburg zonder vergunning. Het wettelijk minimumloon is sinds 1 juni 2026 2.771,33 euro bruto per maand, en een vijfde meer als je als geschoold geldt. Twee dingen vragen wel werk vooraf: een gereglementeerd beroep, waarvoor je diploma eerst erkend moet worden, en een eigen zaak, die een vestigingsvergunning nodig heeft.
Bijgewerkt 26 september 2026
- LuxemburgOriëntatie4 min
De impatriates-regeling in Luxemburg: de helft van je loon vrij, vanaf 75.000 euro
Luxemburg heeft een bijzondere belastingregeling voor hooggekwalificeerde werknemers die uit het buitenland komen: sinds 2025 is de helft van het brutoloon vrijgesteld, tot een loon van 400.000 euro, acht jaar lang. De drempels zijn hoog en precies, en er zit een voorwaarde in die juist Nederlanders uit het zuiden kan raken: de 150 kilometer.
Bijgewerkt 10 oktober 2026
- LuxemburgOriëntatie4 min
Zorg in Luxemburg: van het S1 van het CAK naar de CNS, en dan 88 procent terug
Luxemburg is verdragsland. Met een Nederlands wettelijk pensioen vraag je bij het CAK een S1-formulier aan, schrijft je daarmee in bij de Caisse nationale de santé en krijgt de Luxemburgse sociale zekerheidskaart. Het stelsel werkt met terugbetaling: je kiest vrij een arts, ook een specialist zonder verwijzing, betaalt zelf en krijgt 88 procent van het tarief terug — of de arts rekent direct met de kas af.
Bijgewerkt 26 september 2026