De keukentafelkaart
Drie avonden, met een week ertussen. Schrijf op wat jullie afspreken.
Avond 1, waarom
- Wat hopen we daar te vinden?
- Wat laten we hier achter ons?
- Zou dat daar echt anders zijn?
Avond 2, wat we opgeven
- Wie en wat gaan we missen?
- Waar zien we het meest tegen op?
- Wat doen we als het tegenvalt?
Avond 3, de voorwaarden
- Wat moet er voor ieder van ons geregeld zijn om ja te zeggen?
- Wat is voor ons een reden om terug te gaan?
Ja, mits…
Ieder schrijft voor zich op wat er geregeld moet zijn om ja te zeggen.
Wie regelt wat
| Wat | Naam | Naam |
|---|---|---|
| De papieren of het visum | ||
| Het huis en de opzeggingen | ||
| De school | ||
| De verhuizing | ||
| Het geld |
Wanneer kijken we samen terug?
Gaat het goed? Wat moet anders? Is er een reden om terug te gaan?
Wie leert de taal, en wanneer?
Vaak heeft wie meegaat zonder werk de taal het hardst nodig. Begin liefst vóór vertrek, samen.
Gaan er kinderen mee?
- Tot een jaar of vier: vertel het kort voor de verhuizing en houd vaste gewoontes aan.
- Basisschool: vertel het ruim van tevoren, laat ze meekijken en iets kiezen.
- Tieners: betrek ze bij het besluit en spreek af hoe ze hun vrienden blijven zien.