AOW, pensioen en belasting in Luxemburg: alles naar het woonland, en je geeft het zelf aan
Het verdrag met Luxemburg uit 1968 legt je bedrijfspensioen exclusief bij Luxemburg, en omdat het geen socialezekerheidsartikel kent, gaan je AOW en je lijfrente via het restartikel dezelfde kant op. Luxemburg belast ze in een progressieve tabel tot 42 procent, per belastingklasse — zonder inhouding, dus met een jaaraangifte en vier voorschotten. Het overheidspensioen blijft Nederlands, ook met een Luxemburgs paspoort.
Het verdrag met Luxemburg is van 1968, en dat merk je: het volgt het oude model waarin het woonland het pensioen krijgt. Wat het niet regelt, is even belangrijk als wat het wel regelt.
Het bedrijfspensioen: naar Luxemburg
Artikel 19: pensioenen en andere soortgelijke beloningen betaald aan een inwoner van een van de Staten ter zake van een vroegere dienstbetrekking zijn slechts in die Staat belastbaar. Je bedrijfspensioen gaat exclusief naar Luxemburg, zonder drempel en zonder Nederlandse bronheffing.
Daarvoor vraag je bij de Belastingdienst de vrijstelling loonheffing aan, met een Luxemburgse woonplaatsverklaring. Zonder die aanvraag blijft je fonds inhouden en haal je het pas na een jaar terug.
De AOW en de lijfrente: via het restartikel, ook naar Luxemburg
Het verdrag noemt sociale zekerheid nergens. Je AOW is geen pensioen uit een vroegere dienstbetrekking en valt daardoor onder artikel 21, het restartikel: andere bestanddelen van het inkomen van een inwoner van een van de Staten zijn slechts in die Staat belastbaar. Dezelfde uitkomst dus: alleen Luxemburg heft, en ook voor de AOW vraag je de vrijstelling loonheffing aan.
Een lijfrente die niet uit een dienstbetrekking komt, volgt dezelfde weg.
De uitzondering: het overheidspensioen
Artikel 20 lid 1: beloningen en pensioenen betaald door de Nederlandse staat of een Nederlands overheidslichaam voor diensten in de uitoefening van overheidsfuncties mogen in die Staat worden belast. ABP blijft dus Nederlands. En anders dan in de meeste verdragen kent dit artikel geen uitzondering voor wie inwoner én onderdaan van de andere staat is: een Luxemburgs paspoort verandert er niets aan.
Luxemburg stelt dat pensioen vrij, maar met progressievoorbehoud — artikel 23 lid 3 laat Luxemburg het tarief toepassen dat zou gelden als het vrijgestelde inkomen niet was vrijgesteld. In een progressieve tabel duwt je overheidspensioen de rest van je inkomen dus een schijf omhoog. Je geeft het daarom óók aan, in de vakjes voor vrijgestelde inkomsten.
Wat Luxemburg er zelf mee doet: de tabel en de klasse
Luxemburg belast het inkomen van zijn inwoners in schijven die oplopen tot een toptarief van 42 procent, met daarbovenop een bijdrage aan het werkgelegenheidsfonds. Welke tabel je krijgt, hangt af van je belastingklasse: klasse 2 voor een stel dat samen wordt aangeslagen en het inkomen door twee deelt, klasse 1a voor wie alleen is en ouder dan vierenzestig, klasse 1 voor de rest. De administratie publiceert de tabellen elk jaar opnieuw en heeft een rekenmiddel.
Reken het uit op je eigen bedragen vóór je vergelijkt met Nederland. De uitkomst hangt af van je klasse, van de hoogte van je pensioen en van het vrijgestelde inkomen dat meetelt voor het tarief, en die drie samen kunnen beide kanten op vallen.
Geen inhouding: aangifte en vier voorschotten
Hier verschilt Luxemburg van Nederland. Op een pensioen uit het buitenland houdt niemand iets in — Luxemburgse fondsen doen dat wel, buitenlandse kunnen dat niet. Je doet daarom elk jaar aangifte bij de Administration des contributions directes, met het pensioenoverzicht van je fonds en van de SVB erbij; dat overzicht is verplicht bij te voegen. Je krijgt een aanslag en een afrekening, en daarna betaal je voorschotten op 10 maart, 10 juni, 10 september en 10 december, vastgesteld op de vorige aanslag. Te laat betalen kost 0,6 procent rente per maand.
Reserveer het eerste jaar zelf. De eerste aanslag komt pas als het jaar voorbij is, en dan komt hij in één keer.
Je AOW gaat volledig mee
Los van de belasting: binnen de EU wordt de AOW zonder korting uitbetaald. Meld je verhuizing op tijd bij de SVB, met de datum, je Luxemburgse adres en je bankgegevens. Je verdere opbouw stopt op de dag van uitschrijving; wie vóór de AOW-leeftijd vertrekt, kan die vrijwillig voortzetten.
Waar dit op rust
De feiten in dit artikel komen van deze officiële pagina's. Regels veranderen — bij twijfel is de bron leidend, niet dit artikel.
- Verdrag Nederland-Luxemburg tot het vermijden van dubbele belasting — wetten.overheid.nl
- Guichet.lu — een wettelijk pensioen uit het buitenland herkennen en aangeven — guichet.public.lu
- Guichet.lu — de belasting betalen als gepensioneerde, aanslag en voorschotten — guichet.public.lu
- Administration des contributions directes — de belastingtabellen — impotsdirects.public.lu
- SVB — AOW buiten Nederland — svb.nl
Verder lezen
- LuxemburgOriëntatie3 min
Zorg in Luxemburg: van het S1 van het CAK naar de CNS, en dan 88 procent terug
Luxemburg is verdragsland. Met een Nederlands wettelijk pensioen vraag je bij het CAK een S1-formulier aan, schrijft je daarmee in bij de Caisse nationale de santé en krijgt de Luxemburgse sociale zekerheidskaart. Het stelsel werkt met terugbetaling: je kiest vrij een arts, ook een specialist zonder verwijzing, betaalt zelf en krijgt 88 procent van het tarief terug — of de arts rekent direct met de kas af.
Bijgewerkt 11 september 2026
- LuxemburgVerhuizing2 min
Auto en rijbewijs in Luxemburg: zes maanden, een douanevignet en een zegel van 50 euro
Luxemburg heft geen accijns en geen btw op een gebruikte auto die je als verhuisgoed meebrengt, maar wil hem binnen zes maanden op Luxemburgs kenteken — langs drie loketten, met een douanevignet dat je ook binnen de EU nodig hebt. Het rijbewijs hoef je niet om te wisselen, wel laten registreren, en verlengen doe je voortaan hier.
Bijgewerkt 11 september 2026
- LuxemburgRegistratie in Luxemburg2 min
Verblijf in Luxemburg: acht dagen voor de melding, drie maanden voor de registratie
Als EU-burger mag je in Luxemburg wonen zonder vergunning, maar Luxemburg heeft twee klokken die de meeste EU-landen niet hebben. Binnen acht dagen na het betrekken van je woning meld je je bij de bevolkingsdienst van je gemeente, en binnen drie maanden doe je daar de registratieverklaring. Het registratiebewijs dat je dan krijgt is onbeperkt geldig — en het huurcontract is het papier waar alles mee begint.
Bijgewerkt 11 september 2026